Scheepvaartmuseum Baasrode

Rondleiding

Een introductie tot het museum. Wat valt er te bezichtigen?

Algemeen

De site Scheepswerven Baasrode is ontstaan uit drie scheepswerven:

  • de werf Van Damme, gekocht van De Landtsheer in 1827;
  • de werf Van Praet, later Van Praet-Dansaert, gesticht in 1721;
  • de werf “De Toekomst” van Edmond Van Praet, enkel gebruikt als depot.

Deze werf sloot haar deuren in 1950.

Zijn nazaten emigreerden naar Le Havre en Parijs. In St-Denis (Parijs) is deze werf nog steeds actief onder de naam Chantier naval du Nord Van Praet. In 1955 kocht Van Praet de werf van Van Damme en ontstond op die manier een van de grootste werven voor binnenschepen van België. De werf sloot haar deuren op 31 december 1986.

Momenteel is de site voor het grootste gedeelte eigendom van de provincie Oost-Vlaanderen en is de “meesterwoning” eigendom van de stad Dendermonde. In 1980 werd de vzw Scheepvaartmuseum Baasrode gesticht. Zij is eigenaar van de inboedel, de archieven en machines. De bescherming als monument was definitief afgerond in 2003. De totale oppervlakte bedraagt 3 hectare.

In 1977 bouwde W&Z de waterkeringsmuur om de gemeente te beschermen tegen overstromingen, iets wat het uitzicht van het werfterrein grondig veranderde.

De meesterwoning Van Damme

Ingang museumEen bezoek aan het scheepvaartmuseum van Baasrode start in de hal van de meesterwoning Van Damme .

Deze woning dateert uit 1827. In de inkomhal bemerken wij de zeer uitzonderlijke houten vijzels waarmee houten schepen werden gekrengd.

Rechts stappen wij het Koninklijk salon binnen. In 1852 is het plafond van het salon gedecoreerd ter gelegenheid van de tewaterlating van het driemast-volschip ‘Leopold I’. Ook de familie Van Damme wordt hier belicht. De familie Van Praet wordt besproken in de tweede salon.

Als wij de inkomhal oversteken komen wij in de ‘office’. Hier werden de schotels, die in de keuken klaar gemaakt werden, gedresseerd voor het opdienen. De muren werden in 1895 verlucht met tegeltableaus door kunst- en binnenhuisschilder Karel Pilaet uit Hamme. Vooraan zien wij een selectie van schilderijen, die alle een verband met de Schelde of met Baasrode hebben.

Op de bovenverdieping maken wij kennis met de Baasroodse lampen. Dit zijn ‘stormlampen’ en werden in 1880 ontwikkeld door de Baasroodse lampenmaker Désiré De Smet.

Ook maken wij hier kennis met de palinghandel, meer bepaald het vervoer van paling per kruiwagen naar Brussel. Als wij op de overloop naar rechts afslaan maken wij kennis met de Baasroodse botters. Zij vervoerden de paling levend vanuit Nederland in.

In de galerij vinden wij verschillende scheepsmodellen en werktuigen voor het maken van houten- en ijzeren schepen. Via de replica van een stuurhut komen wij in de nieuwbouw en op provinciaal domein.

Hier loopt momenteel de thematentoonstelling Jean Steeman. Wij dalen de trap af en verlaten het gebouw om ons bezoek op de werf verder te zetten.

De botter Rosalie

Botter RosalieNa het verlaten van het museumgebouw ontmoeten wij als eerste blikvanger de botter ‘Rosalie’. Het schip wordt een replica van de botter Rosalie, die in 1881 voor reder Jan Verheyen uit Baasrode werd gebouwd. Het was één van de vijf botters die rond die periode op de werf gebouwd werden.

Rond de eeuwwisseling naar de twintigste eeuw verzorgden 14 botters de aanvoer van verse paling vanuit Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland.. Het specifieke aan de botters is de bun, een ‘nat ruim’ waarin de paling levend bewaard werd. Ook typisch is de ‘strijkende’ mast. Deze was noodzakelijk om de in 1870 gebouwde spoorwegbrug in Temse te kunnen passeren. Botters werden nooit uitgerust met een motor maar werden gezeild met een bemanning van drie man.

Na de tewaterlating zal het schip ingezet worden voor toeristische rondvaarten.

De houten loods Van Damme

Dit werkhuis is van oorsprong het oudste op de site.

Op deze plaats stond al van in de 17de eeuw een werf van De Landtsheer, later Van Damme. Het bestond in eerste instantie uit een open werkhuis en werd begin 20ste eeuw afgesloten met een houten wand. Het gebouw werd volledig gerestaureerd met Europese subsidies.

In het gebouw vinden wij ook onze oudste machines: een schaar en een boxer uit 1850. Hiermee werden de spanten gebogen en pas gemaakt voor de ‘composiet’-schepen zoals de 19de eeuwse zeilschepen gebouwd werden. Hier worden ook de onderdelen klaargemaakt voor de botter in aanbouw.

De houten loods is niet alleen een werkhuis maar bevat heel wat bijzondere artefacten:

  • de grote scheepsmotor uit de Rijnkast Blauwvoet;
  • de Hamse jol;
  • de ‘boomwagen’ of hors voor het vervoer van bomen en balken;
  • een aantal bijboten zoals de Brabantse boot van de spits ALYV, de schippersjol, de loodsvlet;
  • doorheen het atelier loopt een smalspoor waarop wagentjes reden om de verschillende onderdelen te verplaatsen.

Atelier Van Praet

Atelier Van PraetBij ons bezoek aan de site stappen wij nu over van de werf Van Damme naar die van Van Praet. In 1885 schakelt Van Praet over van hout- naar ijzerbouw.

In 1900 wordt het voor zijn tijd zeer vooruitstrevend atelier verdeeld in drie afdelingen:

  • de benedenverdieping verdeeld in een spantenmakerij en de platenafdeling;
  • de bovenverdieping volledig de houtbewerking.

In het spantenatelier vinden wij de mallenvloer, waarop de verschillende spanten werden afgepast. Ook het smidsvuur en de bank waarop de hoekijzers onder de correcte hoek getrokken werden, zijn nog aanwezig. Verder vinden wij hier de nodige machines om de hoekijzers te snijden en te ponsen en te plooien.

De platenafdeling

Alle schepen die op de site ooit afliepen zijn ‘geklonken’ schepen.

Deze afdeling beschikt dan ook over alle machines die de platen moeten voorbereiden op deze bouwmethode: ponsen, boren, walsen en boegslagen. Ook het ‘klinken’ wordt er belicht.

Het houtatelier

Dit is gelegen op de bovenverdieping en bestaat uit drie afdelingen: de houtzolder, de afdeling grof materiaal (luiken) en de afdeling interieur met het bureau van de meestergast.

Deze afdeling is niet toegankelijk zonder begeleiding.

Het werfterrein

WerfterreinHet werfterrein bestaat uit de eigenlijke bouwplaats waar de schepen ‘op stapel’ werden gezet en de twee droogdokken.

In het droogdok Van Praet ligt de ijzeren spits ALYV. Dit schip is merkwaardig omdat het in 1938 op onze werf gebouwd werd en omdat het een typisch voorbeeld is van de overgang van sleep- naar motorspitsen. De naam ‘spits’ is afgeleid van die van zijn ontwerper ir. Spits.

Het laadvermogen van deze spitsen is ongeveer 360 ton. De afmetingen zijn: 38,70m lang, 5,05m breed en een hoogte variërend volgens de zeeg.

Wij bekijken de Schelde met haar wisselend getij en haar sterke stroming De kans is groot dat wij een aantal schepen zien passeren.

Verderop bemerken wij het droogdok Van Damme. Dit dok is geschikt om 3 schepen tegelijkertijd te bergen. Dit dok kan later eventueel in bedrijf komen wanneer de site volledig zal geëxploiteerd worden voor het behoud van het varend erfgoed.

Scheepvaartmuseum Baasrode VZW

De vereniging ressorteert onder het gerechtelijke arrondissement Dendermonde (KBO-nummer 0420.511.430, IBAN BE37 0011 3713 3828)

De VZW heeft tot doel een permanent museum uit te bouwen in Baasrode, meer specifiek het levende en multifunctionele museum bij uitstek zijn dat gewijd is aan de traditionele houten en metalen scheepsbouw voor de binnenscheepvaart.

Nieuwsbrief