Scheepvaartmuseum Baasrode v.z.w.
Sint-Ursmarusstraat 137 9200 Dendermonde-Baasrode Telefoon: +32 (0)52.34.30.34 info@scheepvaartmuseumbaasrode.be
Het museum bezit een cafetaria en terras, de cafetaria is vrij toegankelijk voor iedereen
SCHEEPVAARTMUSEUM BAASRODE VZW De vereniging ressorteert onder het gerechtelijke arrondissement Dendermonde (KBO-nummer 0420.511.430, IBAN BE37 0011 3713 3828) De VZW heeft tot doel een permanent museum uit te bouwen in Baasrode, meer specifiek het levende en multifunctionele museum bij uitstek zijn dat gewijd is aan de traditionele houten en metalen scheepsbouw voor de binnenscheepvaart. Disclaimer
Alle rechten voorbehouden, scheepvaartmuseum Baasrode 2019©
Bestuursleden Carlo Van Hoey, voorzitter Joseph De Haeck, secretaris Wim Dierickx, penningmeester Fernand Van Hoey, logistiek coördinator Jeannine Van Haute, bestuurslid
Webmaster-communicatie en fotografie Triempont A.
“Vishandelaren kwamen op speciale boten, botters, uit Nederland en losten hun waar in Baasrode. De paling werd in café De Zalm verhandeld en klaargemaakt voor transport naar Brussel. ’s Nachts vertrokken de marktkramers te voet met de nog levende vis in rieten manden. De korven werden opgevuld met nat gras of stro. Ze gingen te voet richting Lebbeke om verder via de Steenweg naar Asse, langs de Brusselse-, Gentse- en Vlaamsesteenweg ’s ochtends vroeg op de markt te arriveren.” Catherine is een spraakwaterval. Enthousiast, weloverwogen en zonder in herhaling te vallen, vertelt hij over de Brusselse haven. “In 1561 werd er opdracht gegeven om een kanaal te graven van de hoofdstad naar Willebroek. Een haven om de schepen te lossen kon niet ontbreken.Tot dan werd de Zenne gebruikt als verbinding met de Schelde en de zee. Maar de rivier kronkelt eindeloos en passeert bovendien Vilvoorde en Mechelen waar tol betaald moest worden.” Meerdere dokken werden uitgegraven. Er ontstond een grote haven tot aan de eerste omwalling, daar waar nu de Sint-Katelijnekerk staat. Brusselaars waren toen al fijnproevers en importeerden de beste levensmiddelen. Op de kades was het een komen en gaan van verkopers en lekkerbekken - de buik van Brussel was geboren. Een hoorn des overvloeds, dat beeld schetst Catherine als hij opsomt wat er aan Sint-Katelijne te krijgen was. Bananen, chocolade, wijn, mosselen, zeep: een boodschappenlijst zonder einde. Halverwege de negentiende eeuw werden de dokken een voor een gedempt en ontstond er een markt. Zo bleef de buik van Brussel waar hij altijd al geweest was. Onderweg naar het Scheepvaartmuseum in Baasrode concentreren Catherine en Debroe zich enkel op de cultuur van de paling. Dat ze vandaag geen levende vis of visser zullen zien, weten ze nog niet en zal de pret niet drukken. Ze rijden niet te snel, onderweg kan er overal een aanknopingspunt te vinden zijn. “Misschien kunnen we in een verzorgingstehuis nog een palingvisser vinden,” oppert Debroe. Volgens Catherine zijn de bewoners te afgetakeld om samenhangende verhalen te vertellen. “Of zou er op het kerkhof een verwijzing naar een visserijverleden te vinden zijn?” Het was belangrijk dat de glibberige aal in leven en welzijn op de markt terechtkwam. De vis werd levend verkocht en voor de ogen van de koper van zijn huid ontdaan. Als de handelaars vermoedden dat de paling naar modder zou smaken, werd er net voor het stropen een glaasje jenever in zijn bek gegoten. Snoepwinkel Stapvoets rijdt Debroe door Baasrode. Samen met Catherine blijft hij in het straatbeeld speuren naar sporen van wat ooit de grootste binnenhaven der Nederlanden was. Niet ver van het Scheepvaartmuseum is café Den Botter. “Misschien staat er een standbeeld van een paling,” laat Debroe zich met pretoogjes ontglippen. In het museum is er een laatste overleg over de stukken die Catherine en Debroe zullen lenen voor hun tentoonstelling. Debroe legt een meetlat langs een houten maquette van een boot. Millimeters worden nauwkeurig opgeschreven. De modelboot is van een botter. Hiermee werd de vis niet gevangen, maar enkel getransporteerd. Onderin de botter was er een speciaal leefruim voor de vangst. De flanken van het schip waren afgedekt met een metalen gaas waardoor het water van de Schelde de modder van de aal spoelde. Catherine’s oog valt op een ingelijst papier. “Dat recept komt van café De Zalm.” Het is een bereiding voor paling in het groen. Vijf kilo paling en boter niet te veel. “Zullen we dit ook tentoonstellen?” De twee mannen voelen zich als kinderen in een snoepwinkel. Palingen boek Bruzz-actua-1659 © Epo | De buik van Brussel, Lucas Catherine, uitgeverij Epo, 129 pagina's, 19,90 euro. “Toen was de paling nog goedkoop. Nu zou het een grote investering vragen om dat recept te bereiden. Door de vervuiling van de rivieren is de paling bij ons met uitsterven bedreigd. De vis, als die al te krijgen is, wordt nu overgevlogen uit Canada of Nieuw Zeeland.” Terug in Brussel in café La Péniche zit een groepje mannen aan een van de houten tafeltjes. De fles rosé is al geopend. Bardame Linda komt uit de keuken met twee grote kommen paling in het groen. Eens per week koopt ze de verse vis in die haar vaste klanten weten te waarderen. Om af te sluiten schudt Catherine nog een anekdote uit zijn mouw. “Die hippe bar aan de overkant van het plein was vroeger een bordeel. Toen er nog geen rode lampen gebruikt werden, hingen de dames een paling aan een stok uit het raam om te laten weten dat er niet gestoord mocht worden.” EXPO De paling ontglipt, van 26 april tot 24 mei, Brussels Ouderenplatform, Zaterdagplein 6, Brussel. BRUZZ
Auteur Lucas Catherine en fotograaf PhilippeDebroe.
© Marjon Udo
“In het spoor van de paling uit Baasrode”
© Marjon Udo
Auteur Lucas Catherine en fotograaf PhilippeDebroe.
BRUZZ