Scheepvaartmuseum v.z.w Baasrode
Sint-Ursmarusstraat 137 9200 Dendermonde-Baasrode
Telefoon: +32 (0)52 34 30 34 info@scheepvaartmuseumbaasrode.be
Bestuursleden Voorzitter Jan Annemans Carlo Van Hoey, ondervoorzitter Wim Dierickx, penningmeester Fernand Van Hoey, logistiek coördinator
Internationaal
CALL FOR PITCHES
Op zaterdag 18 januari 2020 zal de eerste ‘Vlootschouw’ van het maritieme verleden van de Lage Landen plaatsvinden in het Scheepvaartmuseum te Amsterdam. naar pagina klik hier
Scheepvaartmuseum Baasrode VZW De vereniging ressorteert onder het gerechtelijke arrondissement Dendermonde (KBO-nummer 0420.511.430, IBAN BE37 0011 3713 3828) Disclaimer
Website & foto’s - Triempont A.
In het spoor van de paling van Baasrode, klik hier
Alle rechten voorbehouden, scheepvaartmuseum Baasrode 2019 ©
Ons Rosalie
Als je een schip zoals de Rosalie gaat bouwen moet je natuurlijk beschikken over de correcte gegevens en maten. Op de werf van Van Damme zijn ooit 5 nieuwe botters gebouwd, het was de gewoonte van vooreerst een model van het schip te bouwen. Welvis, de toenmalige meester- scheepsbouwer heeft dat dan ook gedaan. De heer De Baer heeft een dergelijke maquette, het scheepvaartmuseum heeft een exemplaar, de heer Etienne Annemans heeft er twee. Deze modellen hebben allen hetzelfde kenmerk, zij geven wel de lijnen van het te bouwen schip weer maar zij tonen weinig details. Het museum daarentegen beschikt over een model, gebouwd door schipper Dooms; dit model is minder secuur qua lijnen maar bevat daarentegen heel wat details, dat is logisch hij heeft immers zoveel jaar op zijn botter gevaren. Dit model is ook het enige dat uitgerust is met een strijkende mast, ook al hadden de schepen, vanaf 1870 behoefte aan een dergelijke constructie. In dat jaar werd immers in Temse de spoorwegbrug over de Schelde gelegd en waren de schepen wel verplicht de mast te strijken wilden zij niet het tij of een ganse dag verletten voor de gesloten brug. Vooraleer de bouw van ons Rosalie aan te vatten, was het dus nodig een aantal opzoekingen te doen en besprekingen door te nemen. De basismaten bepaal je uiteraard zelf, de lengte van een schip hangt merendeels af van het gebruik en het gebied waar je het gaat inzetten. De botters van de vroegere Zuiderzee maten 13,50m, de Volendammers durfden ze 2 meter langer maken, in Baasrode werden ze nog 2 meter langer, heel eenvoudig omdat ze niet gebruikt werden om te vissen maar wel voor het transport van paling. Eenmaal je de lengte van een schip gekozen hebt moet je je houden aan bepaalde verhoudingen. Over het algemeen gedraagt de lengte/breedteverhouding van een platbodem zich 1 op 3. Uiteraard heb je dan ook nog de verhouding tussen de hoogte van de kop en de achtersteven en dáár ligt nu juist het probleem. Het is geweten dat een Baasroodse botter achter hoger opliep om oplopende golven beter te verwerken. En dan pas komt de ervaring van de scheepsbouwer boven water Dat kan natuurlijk opgelost worden wanneer er een reeks schepen gebouwd worden van de zelfde serie, het was immers gebruikelijk dat een schipper een order plaatste en met de werfbaas afsprak, ik wil mijn schip iets breder of iets langer of voller dan die van mijn broer! Als je van plan bent maar één enkel schip te bouwen kun je je dat niet veroorloven, dat zou zonde zijn, daarom was het nodig de verschillende maten en verhoudingen op voorhand te bepalen en dat doe je dus best aan de hand van een scheepsmodel. Vroeger werd dat regelmatig gedaan met een zogenaamd halfmodel, maar ook dát volstond niet in het geval van de Rosalie, ons restte dus enkel een volwaardig schaalmodel te laten bouwen. Dat hebben wij dan ook gedaan. Steven Hopman was een voormalige bottervisser op de Zuiderzee en een befaamde modelbouwer, bovendien was hij een buur van de werf Nieuwboer in Spakenburg, een werf waar hij kind aan huis was. Hij kreeg dus de opdracht een uiterst gedetailleerd model te bouwen, in samenspraak met ons, de opdrachtgever en met de werf als uitvoerder. Steven heeft er een gans jaar aan gewerkt en alle details werden besproken, ook wat de moeilijke of onzichtbare constructiedelen betreft, kan het schip dat aan, of is dát onderdeel te ver gezocht? Vooral in het voorschip rees er nogal twijfel, alle botters waren wel voorzien van die fameuze strijkende mast maar hoe zag de constructie onder dek eruit? De mastkoker was geen probleem, die steekt boven dek uit; een tweede opvallend feit was het verloop van het mastluik, de koekoek en het ankerluik, die lagen alle drie perfect in dezelfde lijn. Dit wijst er op dat ze alle drie tussen twee dezelfde langsgeplaatste constructies gevangen zaten. Dit laatste gaf ook een bijkomende versteviging aan de mastbank, deze laatste was immers minder sterk dan de volle mastbank bij een steekmast. Steven heeft dat voortreffelijk gedaan, wij hopen dan ook dat “Ons Rosalie” er alles zal aan doen om de verwachtingen te bevestigen. Dominique Hellinckx, de ons reeds jaren internationaal bekende fotograaf heeft een reeks detailfoto’s gemaakt van het model, wij willen jullie graag kennis laten maken met de toekomst. Jan Annemans