De Baasroodse botter Rosalie

 Rond 1850 heeft burgemeester Philippe Verheijen een aantal botters vanuit de vroegere Zuiderzee naar Baasrode gebracht om de palinghandel naar een hoger niveau te brengen.Waarom specifiek botters? De reden daarvan was dat dit soort schepen uitgerust is met een bun, een nat ruim waar het water doorheen stroomt. Op deze manier kon de paling, levend vers, vanuit Nederland naar Baasrode gebracht worden, de betreffende schippers waren geen vissers maar in Noord-Brabant kochten zij hun lading. In hun thuishaven werd de lading verkocht in de vismijn op de Driehuizen .

Met hun kruiwagen en een hot, een palingmand, reden zij, in konvooi, naar Lebbeke waar ze hun kruiwagen op een goederentrein zetten en naar Brussel te sporen om hun lading te verkopen op de vismarkt, “de vismet”. In 1881 werden, op de werf Van Damme een aantal nieuwe botters gebouwd, onder andere de Rosalie.

De palinghandel is op die manier uitgegroeid tot een symbool van de streek, tot de vervuiling van de Schelde een eind maakte aan de bloeiende handel. In 1925 verdwenen de laatste twee botters, de Rosalie en de Koophandel van de Schelde terwijl, rond 1900 nog 14 botters als thuishaven Baasrode hadden.

Bij de fusie van de gemeente met Dendermonde in 1977 hebben de Baasrodenaars eraan gehouden zelfs een straatnaam te geven “De palingbotterstraat”.In 1980 herdacht België zijn onafhankelijkheid, bij die gelegenheid werden niet alleen de eerste “Scheldefeesten” gerealiseerd maar werd ook de vzw Scheepvaartmuseum Baasrode gesticht. Sindsdien is de vereniging stillaan uitgegroeid tot een provinciale site onder de naam: “Provinciale erfgoedsite scheepswerven Baasrode”.

 In 1990 besliste het bestuur van de vzw  dat zij de bouw van de Baasroodse botter zullen realiseren, dankzij de gift van het reconversiefonds voor de scheepsbouw. De realisatie zal gebeuren door de scheepsbouwers van botterwerf Nieuwboer uit Spakenburg in Nederland met als coördinator de voorzitter van de vzw Jan Annemans (telefoon: 052-33 34 26, e-mailadres: jan.annemans@telenet.be).De kiel van het schip is gelegd op 2 april 2010. Sindsdien is getracht een aantal weken de Spakenburgse scheepsbouwers te laten overkomen om het schip verder af te bouwen, samen met de eigen vrijwilligers. Ook in 2025 gebeurde dat op maandag 21, dinsdag 22 en woensdag 23 juli.

De verslagen van die drie dagen, zie hieronder.

Botterwerkzaamheden 2025 week 1 - Maandag 21 juli  2025

Om half tien komen de Spakenburgers toe op de werf, geen drie maar vijf noorderlingen.Niet alleen Jeroen, Cuyler en Rogier maar ook de werfbaas van Nieuwboer en Margriet komen de werf opgelopen, mooi op tijd, er was immers geen verkeer, het is maandag 21 juli, de nationale feestdag.In België wordt er niet gewerkt maar de Nederlanders uiteraard wel, het zijn immers buitenlanders. Zoals gewoonlijk starten wij met een overleg. Al direct vallen wij in een conflict, onze werkwijze is in tegenspraak met de manier van schepen bouwen in Spakenburg: zij kopen vooreerst de motor en dan bouwen zij hem in. Wij doen dat ergens op een andere manier, wij hebben vooreerst een overeenkomt met de machinebouwer, Volvo-Penta en dan pas wordt de motor ingebouwd.Marco heeft wel de tekening mee van de motor met alle details van afmetingen en dergelijke. Uiteindelijk komen wij tot een overeenkomst, de positie van de motor wordt uitgelijnd en zelfs de positie van de schroefas en de zwaarte van de as en de afmetingen van de schroefaskoker, de as zelf krijgt een diameter van 52mm  en de schroefaskoker van 80 millimeter.

Dit laatste wil zeggen dat de achtersteven in feite te licht is om er een dergelijke koker doorheen te boren. Afgesproken wordt om de achtersteven half door te boren, links of rechts met aan de andere kant een klos om de stevenbalk te verstevigen.Nu is het nog zaak om te bepalen, welke kant de klos moet komen, afhankelijk van de draairichting van de schroef. Dat moet nog uitgevist worden bij de machinefabriek van Volvo in Zweden. Ondertussen blijft Margriet niet stilzitten, zij schiet in de weer met het rondslingerend zwerfvuil rond de botter met de slagzin “Het oog wil ook wat” en een half uurtje later ligt de bouwplaats er piekfijn bij en is een stapelplaats gevonden voor het afval.

 Een tweede man wordt losgelaten in het ruim, m.a.w. op het bundek en op het krophout. Terwijl de afdekplaten van het krophout een half jaar lang onder spanning gestaan hebben, bij middel van zware lijmklemmen, hebben deze zich “gegeven” en hebben een ronde vorm aangenomen. Nu moeten deze twee platen nog enkel in de juiste vorm en zwee geschaafd worden. Tegen de waterbalk van het voordek wordt, aan beide kanten, een knie aangebouwd en zelfs ingekapt in de eerste dekenpoten. Deze zullen de krachten opvangen die de wind en de golven uitoefenen op het schip en die de zwiepende zware mast zal uitoefenen op het gehele schip.    

Een derde activiteit is het solderen van de spuigaten. Voor de waterbalk van het voordek en achter de waterbalk van het achterdek komen uiteraard de spuigaten. Bij een Baasroodse botter  worden zij uitgevoerd in koper met zowel vanbinnen als aan de buitenkant een afdekplaatje om te vermijden dat het gespuide water het onderliggende berghout gaat doen rotten. Dit werkje wordt overgedragen aan Jeroen.’s Avonds blijkt dat het drietal niet slaapt in Casa-Cava maar wel in een B&B in Sint-Amands, weliswaar zonder ontbijt, hopelijk komen ze er morgen fris vanachter!

Word vervolgd ...

 Botterwerkzaamheden 2025 dinsdag 22-07

Dag twee, in feite de verlenging van dag één!

 De kunst zit er in dat het gewoon een verfijning is van de eerste dag. De tussenruimtes tussen de bolders, zowel op het voor- als het achterdek moeten opgevuld worden en een vloeiend verloop krijgen, en dat net, dat doen ze vandaag.

 Tussen twee paar bolders komt er een vulstuk, ook aan de buitenkant worden de lijnen van het schip geaccentueerd  en, op die manier krijg je de perfectie. Ook Jeroen is druk doende met de spuigaten, tegen de waterbalk van het voordek en die van het achterdek, de constructie van een Baasroodse botter is niet eenvoudig, het waren immers zeegaande schepen er moest dus rekening gehouden worden met buiswater en overslaande golven langs de zij.

Bij de afwatering van de dekken moet rekening gehouden worden met niet alleen de lozing van de dekken maar ook de onderliggende berghouten.Daarom zijn de loosgaten of de zgn. kluisgaten bij een Baasroodse botter voorzien van koperen doorvoeren met zowel aan dek als boven de berghouten koperen afdekplaatjes. In de nabespreking werd overlegd hoe het buis- en lekwater overboord gezet werd, een ingrijpend probleem waar toch een antwoord moet op gegeven worden. Een Zuiderzeebotter is voor en achter de bun uitgerust met een zgn. hooskuil, de Baasroodse botters waren op zijn Vlaams uitgerust met pompkasten die tot op het vlak liepen en hun water niet direct op dek loosden maar ook, via een leiding, rechtstreeks over boord loosden, identiek gebeurde ook bij hengsten en hoogaarzen. Ook zij hadden het probleem van water dat de vangst meebracht en moest over boord gezet worden.Bij ons Rosalie zal dat probleem opgelost worden bij middel van elektrische lenspompen tot het moment dat de stroom uitvalt, daar moet dus rekening mee gehouden  worden. Ondertussen werd het schot aan bakboord helemaal dicht gemaakt.

 Ook het probleem van de schroef en de schroefas komt vandaag ter sprake. Ideaal is, bij het aanmeren in een sluis of naast een kade dat door het wieleffect, het schip de achtersteven tegen de kade trekt en dus gemakkelijker kan vastgelegd worden, daar moet momenteel al rekening mee gehouden worden.

Botterwerkzaamheden woensdag 23-07-2025

 Wij zijn weer toe aan de laatste dag van de eerste week van 2025.Het thema is vandaag zonder meer, “afwerking”. De ruimte tussen de bolders, zowel op het voordek als achteraan krijgt dezelfde opvulling, ook binnenboord als buiten de bolders.

Door de structuur buiten de bolders wordt de lijn van het schip niet meer onderbroken en worden de lijnen uitgesproken langer en lijkt het schip ook des te langer. Dit precisiewerk wordt overgelaten aan Cuyler. Deze man heeft jarenlang ervaring opgedaan op een Scandinavische werf wat  de kwaliteit van zijn prestaties uiteraard ten goede komt. Kenners zijn ervan overtuigd dat een ervaren scheepsbouwer méér heeft aan zijn ogen dan aan een duimstok, zéker vanop afstand vallen eventuele fouten beter op dan gewoon te meten.

 Zoals gisteren reeds vermeld is het bij een Baasroodse botter praktisch onmogelijk halfronde spuigaten uit te voeren, zeker wat betreft het achterdek.In de plaats worden de dekken voorzien van zgn. koperen doorvoeren met een lengte van 30 centimeter, aan de dekkant en aan de buitenkant voorzien van ronde afdichtplaatjes, tussen het hout en de koperen platen voorzien van rubber. Bovendien genageld met koperen nagels met ronde koppen, de uiteinden van de doorvoeren worden dan nog eens omgeslagen zodanig dat er geer scherpe kanten meer overblijven. Dit is het werk van Jeroen.

 Het vooronderschot.  Zoals ook reeds aangehaald overlappen deze delen mekaar. Ook aan het achtereind van het ruim komt een dergelijke constructie met dat verschil dat de verschillende delen droog tegen mekaar aanleunen, bij het krimpen en uitzetten ontstaan uiteraard telkens kieren maar die worden dan weer gekalfaat

Zo wordt het loopvlak van de passagiers verlaagd tot een veilige hoogte en wordt vermeden dat de veiligheidsvoorschriften zee-relingen voorschrijven die het algemeen uitzicht van ons schip zéker niet ten goede zou komen en hinderlijk zouden zijn voor de zeilvoering.

Voor eventuele passagiers is het voordek bij het zeilen, verboden domein. Het tuig van alle botters is uitgerust met een fok die met zijn schoothoek op een overloop staat en bovendien de ganse lengte van het voordek beslaat, het spreekt voor zich dat een zwiep van een dergelijk zeil, met gemak iemand overboord kan kegelen.

Ook het achterdek is verboden. Dit is alleen het terrein van de stuurman. Hier vormt niet enkel de boom een gevaarlijk object, maar ook de schootsblokken. Op deze plaats komt de zwaar uitgevoerde overloop van het grootzeil waarover de dubbele schootsblokken, zéker bij een voordewindse koers een gevaar vormen, het zou niet de eerste visser of zeiler zijn die een klap krijgt, niet van de molen maar wel van de grootzeilboom.Dit achterschot is dan weer het werk van Rogier. Om de werkweek af te ronden worden alle nieuw geplaatste onderdelen netjes in de harpuis gezet, beschermd tegen weer en wind.